Spring naar inhoud

Polderen

Polderen is een goed Hollands woord dat de laatste jaren echter een negatieve bijklank heeft gekregen. Het zou staan voor besluiteloosheid en oeverloos overleg met als uiteindelijk resultaat:  een zouteloos compromis waar niemand blij mee is.

Het kan verkeren. Het besef dat je samen moet werken ten behoeve van een groter doel en daarbij tegenstrijdige belangen probeert te overwinnen door te zoeken naar een gezamenlijk belang heeft ons land groot gemaakt. Ook letterlijk, want zonder onze polders zou ons land een heel wat kleiner oppervlak hebben.

EEN BETREKKELIJK KLEINE POLDER

Rijnenburg is zo’n polder. Een betrekkelijk kleine polder, aan de rand van het Groene Hart ten westen van Nieuwegein en sinds een aantal jaren behorend tot het grondgebied van de gemeente Utrecht. Het gebied onderscheidt zich weinig van de talloze andere Nederlandse polders. De eeuwige strijd tegen het water, de generaties boeren die er in het zweet huns aanschijns hun brood verdienden, de monumentale boerderijen, de landweggetjes, de weidevelden, de veranderende tijden, het verdwijnen van landbouw en veeteelt, de oprukkende bebouwing, de bouwplannen. Waar in Nederland gebeurt het niet?

MAAR MET EEN RIJKE GESCHIEDENIS

Niks bijzonders dus, zou je zeggen. Maar Rijnenburg kent een rijke geschiedenis. In de Nedereindse Plas – voorheen de Put van Weber – zijn mammoetbotten en menselijke gebruiksvoorwerpen gevonden die wijzen op een historie van (tien)duizenden jaren. De eerste vaste bewoners vestigden zich waarschijnlijk 4.000 jaar geleden op droogliggende oeverwallen. Het waren jagers en verzamelaars, die zich geleidelijk ontwikkelden tot boeren. Met uitzondering van de hoger gelegen stukken was het gebied woest en doortrokken met waterstroompjes, kreken en moerassen. Het aantal bewoners bleef beperkt. Veel meer dan enkele tientallen zullen het er nooit geweest zijn.

Pas in de Romeinse tijd, toen het gebied een functie kreeg in de bewaking van de noordgrens van het Romeinse rijk – de limes – , begon de bevolking van Rijnenburg te groeien. Mensen vestigden zich vooral in de omgeving van wat later de Nedereindseweg zou worden. Het waren boeren, maar ook handwerkslieden die producten en diensten leverden aan het Romeinse castellum enkele kilometers verderop, in het huidige De Meern. Maar na het ineenstorten van het Romeinse rijk in de eerste eeuwen van onze jaartelling liep Rijnenburg weer leeg en bleef het gebied eeuwenlang vrijwel onbewoond. Mensen waagden zich liever niet in dit woeste en ontoegankelijk veengebied, waar vast veel kwade geesten huisten.

EEN VROEGE VORM VAN PROJECTONTWIKKELING

Het was de bisschop van Utrecht die in de elfde eeuw – door geldzucht gedreven – de ontginning van Rijnenburg ter hand liet nemen, een vroege vorm van projectontwikkeling. Dat gebeurde vanuit Jutphaas, een nederzetting die enkele tientallen jaren eerder was gesticht. Vanuit Jutphaas liep een weg in westelijke richting – de Nedereindseweg – die de basis vormde voor de ontginning. Gelijke stukken land van ongeveer 100 bij 1200 meter werden uitgezet en onder belangstellenden verkocht ter ontginning. Een boerengezin kon leven van zo’n stuk grond, was het idee erachter. Dit planmatig proces van kopen, verkopen en ontginnen staat bekend als copeverkaveling. De sporen ervan – lange rechte stroken land, een geometrische indeling – zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar in het landschap.

Afwatering was een voortdurend probleem. Overstromingen waren aan de orde van de dag. In de strijd tegen het water werden afwateringsvaarten gegraven en dammen en dijken aangelegd, die ook onderhouden moesten worden. De boeren richtten een waterschap op dat daarvoor zou zorgen.

Veel oude watergangen bestaan nog steeds, zoals de Lange Vliet en de Galecopper Wetering. En ook de dijken uit deze periode zijn nog duidelijk herkenbaar in het landschap, zoals de Meerndijk die de westelijke begrenzing van de polder vormt.

DE EEUWIGE STRIJD

Rijnenburg ontwikkelde zich tot een gewilde vestigingsplaats en de Nedereindseweg tot een belangrijke verbindingsroute tussen Holland en Utrecht. Langs de weg verrezen kastelen, waarvan kasteel Rijnenburg de naamgever van de polder werd. De eeuwige strijd tussen het graafschap Holland en het bisdom Utrecht speelde zich vooral af in het grensgebied tussen beide zelfstandige gebieden. En ook Rijnenburg kreeg ermee te maken. De kastelen werden keer op keer belegerd, veroverd en heroverd en keer op keer afgebroken en opnieuw opgebouwd. Tot er uiteindelijk alleen ruïnes overbleven die in later eeuwen werden gesloopt.

Na de rumoerige Middeleeuwen werd het rustig in Rijnenburg. Generatie op generatie volgde de weg van zijn voorvaderen, leefde zijn leven, bebouwde zijn land en molk zijn koeien. Het deel van Rijnenburg ten noorden van de Ringkade –  eigenlijk een onderdeel van de Heicopse Polder – lag op het grondgebied van de gemeente Oudenrijn, de rest hoorde bij Jutphaas. In 1954 werd Oudenrijn bij Utrecht gevoegd, in 1971 ging Jutphaas op in Nieuwegein. Nog weer dertig jaar later werd Rijnenburg onderdeel van Utrecht.

NU EEN GROENE OASE

Voorbode van de veranderingen die zich tegen het einde van de twintigste eeuw zouden voltrekken in de polder was de aanleg van de autoweg tussen Utrecht en Hen Haag en die tussen Utrecht en Den Bosch, eind jaren dertig. Op zicht- en gehoorafstand werd in 1938 verkeersplein Oudenrijn geopend. Vooral vanaf eind jaren zestig rukte de bebouwing van Utrecht en de groeikern Nieuwegein op. Rijnenburg werd meer en meer een groene oase, omsloten door snelwegen en bebouwing.

Vanaf halverwege de jaren negentig werd duidelijk dat Rijnenburg een rol zou gaan spelen in het voorzien in de almaar groeiende vraag naar huisvesting van de regio Utrecht. Er verschenen mannen met pakken in de polder, projectontwikkelaars die de boeren mooie bedragen boden als ze hun land zouden verkopen. Dat deden de boeren dan ook massaal. Ze betoonden zich nuchtere types die er weinig moeite mee hadden het land dat soms al eeuwen in het bezit van hun familie was, te gelde te maken. De oudere boeren zonder opvolgers gingen rustig leven van hun nieuwe geld, de boeren met opvolgers en de jongeren vestigden zich elders in het land om opnieuw te beginnen. In betrekkelijk korte tijd veranderde Rijnenburg van een boerenpolder in een woonpolder. Telde Rijnenburg eind jaren tachtig nog minstens veertig actieve boeren, dertig jaar later – in de zomer van 2010 – hield ook de laatste boer het voor gezien.

HIER KOMEN 7.000 WONINGEN

Intussen kregen de ideeën van de stad Utrecht voor de woningbouw in en de inrichting van Rijnenburg steeds vastere vorm. Volgens de laatste plannen verrijzen er de komende twintig jaar 7.000 woningen in Rijnenburg, maar blijft de polder desondanks groen, open en aantrekkelijk. Rijnenburg zal, zo is althans het voornemen, duurzaam en klimaatbestendig worden bebouwd.

Hoe dan ook zal de nieuwbouw het aanzicht van Rijnenburg voorgoed veranderen. Toch zullen veel sporen in het eeuwenoude landschap zichtbaar en behouden blijven voor ons nageslacht. Rijnenburg verandert, maar blijft ook – in ieder geval een beetje – zichzelf.

4 reacties

Geef een reactie
  1. Joke / feb 18 2011 10:36 am

    Hoi Johan !
    Wat buitengewoon interessant die verhalen van de mensen uit de polder en de
    geschiedenis ervan .Dat zou eigenlijk in andere delen van Nederland met ook
    mooie polders of landschappen , die misschien in de toekomst gaan verdwijnen,
    ook moeten gebeuren ; het “nageslacht” zal er dankbaar voor zijn.

  2. Dick / feb 18 2011 2:45 pm

    Ha die Johan,

    Soms rij ik wel eens door de polder Rijnenburg naar huis, ik geniet dan van deze polder met zijn mooie agrarische natuur. Jammer dat Rijnenbrug als argrarisch gebied gaat plaatsmaken voor nieuwbouw en hoop dan ook dat er een goed plan is om karakterisieke kenmerken van deze polder te behouden.

    Groeten,
    Dick.

  3. Pieter van den Brand / feb 18 2011 8:47 pm

    Hallo Johan,

    Ik vind het werkelijk een prachtig portret van een landschap zo dichtbij Utrecht. De foto’s vind ik beklemmend. Ze tonen een eenvoudig landschap, dat door die eenvoud beeldschoon is. En stil. Beklemmend, omdat je het gevoel hebt dat zo de buldozers en shovels komen om er een Leidsche Rijn van te maken. De verhalen die je hebt opgeschreven, ademen de vergankelijkheid van het gebied uit. Dat maakt mij heel triest, want ik heb zo ontzettend genoeg van dit soort ‘vooruitgang’.

    Groeten, Pieter

  4. Wilmie / feb 28 2011 1:42 pm

    Je wordt er melancholiek van, als stadsbewoner die graag de natuur intrekt. En het lijkt erop dat wij stadjers er meer problemen mee hebben dan de boeren zelf. Maar ja, als je in het dagelijks leven niet veel meer natuur hebt dan een balkonnetje of een wat armoedig parke, zie je niet graag die tuin rondom de stad verdwijnen.
    Blijft raar natuurlijk, dat in Oost-Groningen en de Noordoostpolder huizen leeg staan en zelfs dorpen worden afgebroken, terwijl hier almaar wordt bij gebouwd. Zouden meer bioscopen in Jipsing Bourtange het tij kunnen keren? Of meer weemoedig makende sites zoals deze?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: